Dubbelbloed – Tussen Twee Werelden: Een Avond vol Herkenning, Verbinding en Verhalen
Op 13 november 2025 vond in de Bibliotheek van Breukelen een bijzondere lezing plaats: “Dubbelbloed – Tussen Twee Werelden”.
De avond werd verzorgd door Naomie Veerman-Bergwijn, ook bekend onder haar dagnaam Akuba, waarmee ze haar West-Afrikaanse wortels eert.
De lezing stond in het teken van identiteit, culturele afstand, verbonden geschiedenissen en het belang van lokale erkenning en dialoog.
Naomie opende de avond met haar persoonlijke verhaal: als kind van een witte Nederlandse moeder en een zwarte Surinaamse vader, groeide ze op in een familie waarin loyaliteit en liefde aanwezig waren, maar waar het gesprek over kleur en afkomst vaak werd vermeden of omgeven was met vooroordelen.
Dit zorgde voor een innerlijke strijd die pas later werd doorbroken toen ze op zoek ging naar haar Surinaamse familie en uiteindelijk haar weg vond naar Suriname.
De lezing verweefde haar levensverhaal met haar reflecties op het boek Onder de Paramariboom van Johan Fretz – een boek dat zij als herkenbaar, pijnlijk en tegelijk humoristisch beschrijft.
Het verhaal van Fretz bracht haar eigen ervaringen als ‘dubbelbloed’ opnieuw tot leven, en bracht gesprekken op gang over wie wij zijn, wat we doorgeven, en waar we thuishoren.
Tijdens de avond ontstond er ruimte voor dialoog: bezoekers deelden hun eigen ervaringen, vragen en gedachten.
Er werd stilgestaan bij wat het betekent om in Stichtse Vecht te wonen met een gedeelde geschiedenis, die zowel Nederlands als Surinaams is.
Naomie nam het publiek mee in haar reis naar Suriname, haar zoektocht naar erkenning, en haar motivatie om als voorzitter van het Comité 30 juni / 1 juli Stichtse Vecht actief bij te dragen aan lokale bewustwording en herdenking.
De lezing eindigde met een oproep:
om mee te bouwen aan bruggen tussen gemeenschappen,
om ruimte te maken voor álle verhalen –
en om erkenning niet alleen nationaal,
maar juist ook lokaal te verankeren.
“Wanneer ik mijn dagnaam Akuba uitspreek,” zei Naomie,
“roep ik mijn voorouders aan. En dan weet ik: ik sta nooit alleen.”

